Ergens in Brussel, een stad in het midden van België, heeft een rare man met een grote neus erg gewichtige en schijnbaar belangrijke dingen aangekondigd. Vele mensen luisterden en enkele mensen hadden camera's en microfoons mee.

Het was duwen en trekken aan de ingang van een wit gebouw dat redelijk oud leek. Toch zeker honderd jaar oud. "Ik wil luisteren naar de grote-neus-man", verklaart iemand aan de deur, "ik werk voor de radio." Wat is dat precies dan, radio? "Dat is een heel luide microgolf", zegt de man.

De grote neus man was vanaf het begin erg serieus en praatte over het algemeen dezelfde taal als de meeste andere mensen in de kamer. Iedereen luisterde aandachtig en knikte. Er werd niet geglimlacht terwijl de rare man sprak. Sommigen hadden papier mee een maakten heel lelijke tekeningen.

Het woord 'Vlaams' viel vaak, net als de meest courante lidwoorden. "Dat is normaal", legt professor Dicky Krent van het Atheneum van Assebroek uit, "maar vraag me niet waarom, ik heb helemaal geen idee."

Of de serieuze taal van de man impact zal hebben op het dagelijkse leven hier in Dudzele weet ik niet. Ik vroeg het aan inwoner Mary Voort: "Ik denk het wel, maar ik heb wel maar één voet en hele brede heupen. Hopelijk is dat niet erg. Trouwens ik woon hier helemaal niet dus ik ben geen inwoner, debiel."